Punt 4 t/m 6

4. Communicatie en draagvlak
De VVD vindt dat aan inwoners en het bedrijfsleven nog beter duidelijk moet worden gemaakt wat het belang is van het waterschapswerk. Wat nodig is om te wonen, werken en recreëren in dit deel van het land en hoe het waterschap daar invulling aan geeft. De nieuwe bestuurswijze van de waterschappen is voor de VVD een geweldige kans het waterschap nog dichter bij de burgers, agrariërs en bedrijven te brengen.

Bestuurders hebben een mandaat. Maar dat gebruiken ze alleen goed als ze steeds met hun kiezers in contact zijn en aan hen verantwoording afleggen en dat zullen in ieder geval de VVD bestuurders ook doen.

5. Een effectief waterbeheer: samenwerken
Goed waterbeheer betekent zowel maatregelen tegen wateroverlast als maatregelen tegen verdroging: ook de beschikbaarheid van water is een taak van Rijnland.
Bij het waterbeheer is de economische invalshoek van belang voor de bedrijven in het gebied van Rijnland, de VVD is voorstander van een beheersing van het grondwaterpeil dat daarmee rekening houdt. Hierbij geldt in principe het uitgangspunt "peil volgt functie".
Effectief waterbeheer vereist ook (deels zelfs verplichte) samenwerking tussen alle betrokken besturen, waarbij niet iedereen alleen naar zijn eigen terrein moet kijken, maar zich ook verantwoordelijkheid voelt voor de hele keten. Dit kan bijvoorbeeld worden geconcretiseerd in gemeentelijke waterbeheerplannen, die in gezamenlijk overleg tussen gemeenten en Rijnland worden opgesteld. Bij samenwerking richt de VVD zich ook op het behalen van efficiencyvoordelen.

Rijnland zal op tal van terreinen moeten samenwerken met de volgende instanties:
• Provincies, rijk en gemeenten, over de hoofdlijnen van het waterbeleid en de financiering ervan, zeker bij grote projecten en bij de opstelling van de hiervoor genoemde waterbeheerplannen
• Kennisinstituten, universiteiten en hogescholen, over innovatie in waterbeheer en waterzuivering
• Andere waterschappen en de Unie van waterschappen, zowel voor het gezamenlijk opdoen en delen van kennis als om via schaalvergroting efficiencyvoordelen te bereiken, bijvoorbeeld bij de waterzuivering. Daarbij kan ook een proces van "benchmarking" nuttig zijn: waterschappen vergelijken hun kosten en prestaties met elkaar.

6. Klimaatverandering
Bij klimaatverandering zullen invloeden vanuit zee en de rivierafvoeren belangrijker worden. De VVD is van mening dat er vroegtijdig, samen met andere overheden, ingespeeld moet worden op onze toekomstige veiligheid. Alle potentiële risico's in ons dichtbevolkte gebied met zoveel kennis- en kapitaalintensieve bedrijven moeten goed in kaart worden gebracht. Kansen voor waterberging moeten worden gekoppeld met stedelijke uitbreiding, aanleg van bedrijventerreinen, infrastructuur, nieuwe natuur en recreatie.

Voor Rijnland betekent dat werk op twee niveaus: Aan de ene kant maatregelen die rekening houden met een andere waterhuishouding ( in bepaalde perioden meer regen, op andere tijden en plaatsen juist meer verdroging, stijging van de zeespiegel) en aan de andere kant door een duurzame bedrijfsvoering bijdragen aan de beperking van de CO 2 uitstoot, bijvoorbeeld door energiewinning uit waterzuivering en afvalwater, energiezuinige gebouwen en transportmiddelen.